Een dorp op zoek naar multiculturaliteit

Standaard

ostramondo

Vorige week hebben we een weekje bij een vriendin in Ostra gelogeerd. Ostra is een klein dorpje, een stukje van de Adriatische kust verwijderd. Met pakweg 6.000 inwoners zou je over een gehucht kunnen spreken, maar de gebouwen uit de 13e en 14e eeuw zijn getuigen van een lange geschiedenis en dat maakt de term ‘gehucht’ wat minder passend. Het was er aangenaam vertoeven. Als beginnende hardloper vond ik het ook wel wat hebben om door de oude straatjes heen te rennen. In de periode van 14 tot en met 19 augustus is Ostra ook de plek waar Ostramondo wordt georganiseerd, een multicultureel festival met muziek, kunst en eten. Ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral geamuseerd heb rondgekeken naar wat onder multiculturaliteit wordt verstaan.

In Rotterdam zijn we in dat opzicht wel verwend. De tijd van multiculturele festivals waar de blanke Nederlander ‘veilig’ kennis kon maken met alternatieve muziek en gerechten ligt (volgens mij) wel achter ons. Bij ons thuis lopen we zonder veel problemen bij ‘de Turk’ of ‘de Marokkaan’ naar binnen en grijpen we de benodigde ingrediënten van de schappen. Als we ‘Afrikaans’ willen eten is er meer dan genoeg keuze, waarbij een onderscheid tussen Ethiopisch en Ghanees prima te maken is.

Ostra heeft nog wel wat slagen te maken. Voor zover ik het muziekprogramma heb kunnen overzien, wordt de ‘ethnische muziek’ voornamelijk gespeeld door autochtone Italianen. Ik heb breed gegrijnsd bij de aankondiging van een ‘Celtic Rock’-band met de naam ‘Mortimer McGrave’, bestaande uit Italianen met Gothic aankleding, een beeld dat ver verwijderd is van Clannad, The Corrs et cetera. De Italiaanse buikdanseressen van de lokale dansschool deden hun uiterste best. Qua eten kon je kiezen uit gerechten uit vijf continenten, waaronder Afrika en Azië. Ik heb geen allochtone kok gezien. Het totaalbeeld deed me nog het meest denken aan een groepje blanke Nederlanders die ingespannen op de Djèmbe spelen, of, zoals gezien op Curaçao, een gezelschap blanke mariniers die al spelend op steeldrums de gasten van een cruiseschip verwelkomden. Het klinkt exotisch genoeg, maar ergens klopt het toch niet. Ik miste de authenticiteit.

Maar is het erg? Voor een deel vind ik het wel erg dat anno 2013 een dorp in Europa op deze manier invulling geeft aan multiculturaliteit, nog aan het snuffelen is aan ‘het andere’ binnen de veilige grenzen van wat vertrouwd Italiaans is. Een ander deel van mij wijst er op dat in een tijdsgewricht waar nationalisme en regionalisme de boventoon voeren het toch wel bijzonder is dat een kleine gemeenschap een week bezig is met het verkennen van wat er qua muziek, kunst en eten over de grenzen te vinden is. Het geheel is niet beperkt tot deze ene week. Gezien het aantal bandjes en mensen dat erbij betrokken is zijn er wellicht honderden mensen geruime tijd bezig om het evenement voor te bereiden en invulling te geven. In zo’n kleine gemeenschap heeft dat een stevige impact. Met die authenticiteit komt het op termijn dan wel goed.

Subjectief perspectief

Standaard

In het eerste artikel gaf ik aan dat Een blanke, in een gekleurde wereld geen onafhankelijk, objectiverend boek gaat worden. Een verantwoording van het subjectieve perspectief is dan wel op zijn plaats. Zo schrijf ik mijn verhaal mede vanuit het perspectief van iemand die lid is van een religieuze minderheid, van een geloofsovertuiging waar velen al op voorhand een mening klaar hebben staan. Een mening die slechts zelden waarderend of neutraal en vaker meewarig of afkeurend is. Ik ben Jehovah’s Getuige. Dat ben ik sinds 1993. Het was een bewuste keuze om mij bij de Jehovah’s Getuigen aan te sluiten, een eindpunt van een een spirituele reis die ergens rond 1980 begon. Nee, maak je maar geen zorgen. Ik ga niet op de bekeringstour ;-) . Mijn leven als Getuige geeft me wel een uniek perspectief op het belang van burgerlijke vrijheden, op de waarde van de eigen identiteit zowel in privé- als in het publieke domein, op de grenzen van assimilatie, integratie en meedoen.

Mijn identiteit als Getuige is niet direct zichtbaar, tenzij ik bij je aan de deur sta met mijn tas, mijn bijbel en mijn tijdschriften. En nee, dat doen we echt niet vroeg op de zondagmorgen met onze voet tussen de deur. Je wilt niet weten wat voor onzin ik in de loop der jaren al heb gehoord over wat ‘wij’ achter de schermen allemaal doen. Ik herinner me nog boeiende gesprekken met een man, lidmaat van de (toen nog) Nederlandse Hervormde kerk, die zich aardig had ingelezen in de werken van Calvijn. Geen domme kerel maar hij was ervan overtuigd dat wij in onze Koninkrijkszalen de meest rare dingen deden. Dat was van horen zeggen want hij had nog nooit een voet in een Koninkrijkszaal gezet. Het prediken van huis tot huis was een tijdje minder gezellig in het kielzog van een zelfmoord van leden van de sekte van de Zonnetempel. Dat Jehovah’s Getuigen een compleet andere religie zijn met leerstellingen die de heiligheid van het leven op de eerste plaats stellen werd niet gezien. Dit soort persoonlijke ervaringen maakt dat je je makkelijker kunt inleven in hoe moslims het ervaren als ze medeverantwoordelijkheid worden gehouden voor zelfmoordaanslagen, of hoe Antillianen het ervaren als ze allemaal als crimineel worden bestempeld.

Soms is mijn identiteit, en die van mijn geloofsgenoten, wel zichtbaar in het publieke domein. Bijvoorbeeld als we niet meedoen met verjaardagen of feestdagen. Of het totaal weigeren van de militaire dienstplicht. In Nederland speelt dit natuurlijk niet meer, maar in tal van landen is het nog steeds een kwestie. Artsen krijgen met mijn geloofsovertuiging te maken zodra een operatie noodzakelijk is. Goede artsen respecteren het recht van patiënten op inspraak in de medische behandeling die zij nodig hebben. Deskundige artsen weten of zij in staat zijn operaties zonder het gebruik van bloedtransfusies uit te voeren en indien zij dat niet kunnen, verwijzen zij door naar een collega die wel over de benodigde vaardigheden beschikt. Slechte artsen doen geen van beide, zetten patiënten en familieleden onder druk en zetten alle mogelijke middelen in om een operatie uit te voeren zoals zij dit willen. Ik herinner me nog een bullebak van een anesthesist die vond dat hij voor mij kon bepalen over welke medische handelingen ik vanuit mijn geloofsovertuiging een mening mocht hebben. Kortom, ik kom regelmatig genoeg in situaties terecht waarop ik op grond van geloofsovertuiging de keuze maak om niet mee te doen, om niet mee te werken en mijn geweten, mijn moraal boven dat van sociaal aanvaardbaar gedrag te plaatsen. Dat maakt dat ik snel begrip heb als anderen vanuit hun overtuiging datzelfde recht claimen.

Sinds 1993 heb ik ook al genoeg gehoord over hersenspoelen, sociale druk, sociale incompetentie, psychische stoornissen et cetera als verklarende factoren waarom iemand Jehovah’s Getuige is geworden, of blijft omdat…. Om vervolgens het compliment te krijgen dat ik toch een ander soort Getuige ben. Een goed bedoeld compliment, het is alleen niet waar. Het is eerder een voorbeeld van wat er gebeurd als beeldvorming en stereotypering in conflict komen met eigen ervaringen met iemand die je waardeert. Dus begrijp ik het ook wel dat mensen aan de ene kant soms zeer racistische opmerkingen maken en aan de andere kant voor de eigen Turkse buurman opkomen. Want dat is een ‘goede’. Opnieuw een subjectief perspectief.

Voel je vrij om te reageren op de artikelen en op eerder geplaatste reactie, maar hou het moderatiebeleid in gedachten.

Een blanke in een gekleurde wereld

Standaard

De multiculturele samenleving is tot mislukking verklaard. Mijn reactie daarop is simpelweg dat we nog niet eens geprobeerd hebben om een multiculturele samenleving in te richten. In mijn leven heb ik daar in ieder geval weinig zinvolle pogingen toe gezien en volgens mij heb ik ook recht van spreken. Ik ben opgegroeid in het Spangen (Rotterdam) van de jaren 70 en 80. Voor mijn gevoel was de helft van mijn klasgenootjes op de lagere school en later op de middelbare school van allochtone afkomst. De opkomst van de Centrumpartij speelde zich voor mijn ogen af. Een ‘rode’ wijk werd in korte tijd een ‘zwarte’ wijk. ‘Zwart’ in de zin van ‘extreem rechts’.

In 1991 vertrok ik naar Curaçao. Dit was het startpunt van een loopbaan die zeker één terugkerend thema had: de (on)mogelijkheid van allochtonen om op een volwaardige en gelijkwaardige wijze deel te nemen aan de Nederlandse samenleving. Ik heb ruzie gemaakt met goedbedoelende blanke Nederlanders die geen idee hadden dat ze knuffelracisme aan het bedrijven waren. Ik heb bedrijven op een zwarte lijst geplaatst omdat ze vonden dat hun klanten ‘nog niet klaar zijn voor een allochtone medewerker’. Ik heb collega’s, vrienden, studenten en cliënten tot de orde geroepen als ze de allochtone troefkaart op tafel gooiden om tegenslagen of het eigen falen te rechtvaardigen. Ik heb me zorgen gemaakt over rassenrellen in Rotterdam.

Sinds medio 2011 ben ik niet meer werkzaam in Rotterdam, en kom ik beroepsmatig niet meer in aanraking met het probleem van de aansluiting met de Nederlandse samenleving. Sterker nog. Ik zou compleet kunnen negeren dat het probleem bestaat. Of me laten leiden door het publieke discours en mee roepen in het grote koor dat de multiculturele samenleving echt is mislukt, dat de oplossing is gelegen in het nog meer benadrukken van de Nederlandse normen en waarden. Maar dan moet ik de realiteit van mijn eigen bestaan ontkennen. En dat is nooit ‘mijn ding’ geweest.

De afgelopen tien jaar heb ik gewerkt bij de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen. In die jaren heb ik tientallen projecten ontwikkeld, was ik verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe methoden om probleemgroepen effectief te begeleiden. Daarnaast kwam (en kom) ik als Jehovah’s Getuige bij talloze mensen over de vloer (en in Rotterdam betekent dat per definitie voornamelijk allochtonen) en leerde ik wat voor impact wet- en regelgeving, het optreden van instituties hebben op het dagelijks (be)leven van mensen. Terwijl ik het vertrek bij de SWA voorbereidde besefte ik hoeveel kennis, ervaring en inzichten gedurende die jaren was opgebouwd. Maar het meeste zit nog in mijn hoofd. Het plan is om hier een boek over te schrijven.

Het tweede besef was dat ik over dit onderwerp geen onafhankelijk, objectiverend boek over kan en wil schrijven. Wie zit er überhaupt te wachten op weer een volgende dorre handleiding: “Omgaan met allochtonen”? Daar zijn al genoeg boeken en trainingen over beschikbaar, zonder veel effect op het dagelijks functioneren van professionals overigens. Dit is voor mij niet zomaar een ‘onderwerp’. Het gaat niet om het aanreiken van een paar kunstjes. Alles wat ik op dit terrein heb geleerd en gedaan heeft mij als mens gevormd, mij gemaakt tot wat ik nu ben, hoe ik tegen mensen aan kijk, hoe tegen mijzelf, mijn Nederlanderschap en mijn blank zijn aan kijk. Ik zou dit onderwerp niet kunnen beschrijven zonder de autobiografische elementen, zonder het leer- en vormingsproces wat zich in mijzelf heeft afgespeeld mee te nemen. Goed, dan wordt het maar een subjectief boek.

De titel ‘Een blanke, in een gekleurde wereld’ geeft aan wat de invulling gaat worden. Ik leef in een wereld waar kleur essentieel is, waar mensen in termen van kleur naar elkaar kijken, waar we uiteindelijk met zijn allen door een gekleurde bril elkaar oordelen, beoordelen en vervolgens veroordelen. Niet zelden kijken we naar onszelf in de spiegel door diezelfde gekleurde bril, ikzelf niet uitgezonderd. Op deze site kunnen jullie het schrijfproces volgen. Ik zal door verleden en heden gaan, zal actuele nieuwsberichten oppakken en bespreken, aanvullen met de inzichten en vaardigheden die deel van mijzelf zijn geworden. De resultaten van onderzoek vat ik hier samen. Uiteindelijk moet dit leiden tot een nieuw boek, ergens eind 2012.