In het eerste artikel gaf ik aan dat Een blanke, in een gekleurde wereld geen onafhankelijk, objectiverend boek gaat worden. Een verantwoording van het subjectieve perspectief is dan wel op zijn plaats. Zo schrijf ik mijn verhaal mede vanuit het perspectief van iemand die lid is van een religieuze minderheid, van een geloofsovertuiging waar velen al op voorhand een mening klaar hebben staan. Een mening die slechts zelden waarderend of neutraal en vaker meewarig of afkeurend is. Ik ben Jehovah’s Getuige. Dat ben ik sinds 1993. Het was een bewuste keuze om mij bij de Jehovah’s Getuigen aan te sluiten, een eindpunt van een een spirituele reis die ergens rond 1980 begon. Nee, maak je maar geen zorgen. Ik ga niet op de bekeringstour
. Mijn leven als Getuige geeft me wel een uniek perspectief op het belang van burgerlijke vrijheden, op de waarde van de eigen identiteit zowel in privé- als in het publieke domein, op de grenzen van assimilatie, integratie en meedoen.
Mijn identiteit als Getuige is niet direct zichtbaar, tenzij ik bij je aan de deur sta met mijn tas, mijn bijbel en mijn tijdschriften. En nee, dat doen we echt niet vroeg op de zondagmorgen met onze voet tussen de deur. Je wilt niet weten wat voor onzin ik in de loop der jaren al heb gehoord over wat ‘wij’ achter de schermen allemaal doen. Ik herinner me nog boeiende gesprekken met een man, lidmaat van de (toen nog) Nederlandse Hervormde kerk, die zich aardig had ingelezen in de werken van Calvijn. Geen domme kerel maar hij was ervan overtuigd dat wij in onze Koninkrijkszalen de meest rare dingen deden. Dat was van horen zeggen want hij had nog nooit een voet in een Koninkrijkszaal gezet. Het prediken van huis tot huis was een tijdje minder gezellig in het kielzog van een zelfmoord van leden van de sekte van de Zonnetempel. Dat Jehovah’s Getuigen een compleet andere religie zijn met leerstellingen die de heiligheid van het leven op de eerste plaats stellen werd niet gezien. Dit soort persoonlijke ervaringen maakt dat je je makkelijker kunt inleven in hoe moslims het ervaren als ze medeverantwoordelijkheid worden gehouden voor zelfmoordaanslagen, of hoe Antillianen het ervaren als ze allemaal als crimineel worden bestempeld.
Soms is mijn identiteit, en die van mijn geloofsgenoten, wel zichtbaar in het publieke domein. Bijvoorbeeld als we niet meedoen met verjaardagen of feestdagen. Of het totaal weigeren van de militaire dienstplicht. In Nederland speelt dit natuurlijk niet meer, maar in tal van landen is het nog steeds een kwestie. Artsen krijgen met mijn geloofsovertuiging te maken zodra een operatie noodzakelijk is. Goede artsen respecteren het recht van patiënten op inspraak in de medische behandeling die zij nodig hebben. Deskundige artsen weten of zij in staat zijn operaties zonder het gebruik van bloedtransfusies uit te voeren en indien zij dat niet kunnen, verwijzen zij door naar een collega die wel over de benodigde vaardigheden beschikt. Slechte artsen doen geen van beide, zetten patiënten en familieleden onder druk en zetten alle mogelijke middelen in om een operatie uit te voeren zoals zij dit willen. Ik herinner me nog een bullebak van een anesthesist die vond dat hij voor mij kon bepalen over welke medische handelingen ik vanuit mijn geloofsovertuiging een mening mocht hebben. Kortom, ik kom regelmatig genoeg in situaties terecht waarop ik op grond van geloofsovertuiging de keuze maak om niet mee te doen, om niet mee te werken en mijn geweten, mijn moraal boven dat van sociaal aanvaardbaar gedrag te plaatsen. Dat maakt dat ik snel begrip heb als anderen vanuit hun overtuiging datzelfde recht claimen.
Sinds 1993 heb ik ook al genoeg gehoord over hersenspoelen, sociale druk, sociale incompetentie, psychische stoornissen et cetera als verklarende factoren waarom iemand Jehovah’s Getuige is geworden, of blijft omdat…. Om vervolgens het compliment te krijgen dat ik toch een ander soort Getuige ben. Een goed bedoeld compliment, het is alleen niet waar. Het is eerder een voorbeeld van wat er gebeurd als beeldvorming en stereotypering in conflict komen met eigen ervaringen met iemand die je waardeert. Dus begrijp ik het ook wel dat mensen aan de ene kant soms zeer racistische opmerkingen maken en aan de andere kant voor de eigen Turkse buurman opkomen. Want dat is een ‘goede’. Opnieuw een subjectief perspectief.
Voel je vrij om te reageren op de artikelen en op eerder geplaatste reactie, maar hou het moderatiebeleid in gedachten.